‘Naar het beloofde land’ was eergisteren de titel van de Rotterdam Lezing. We kwamen aan om half acht in Kriterion bovenin het Groothandelsgebouw om te luisteren naar verhalen over Pim. Pim Fortuyn is aankomende zondag al weer tien jaar geleden van het leven beroofd. Het was de eerste politieke moord in Nederland sinds eeuwen. Nederland verkeerde in shock. De komende dagen wordt een eer aan Pim bewezen in lezingen, televisieshows en uiteraard de terugblikprogramma’s op de publieke zenders. De vragen die elk jaar weer opduiken zijn ook nu weer onderwerp van gesprek, namelijk ‘Wat is de erfenis van Pim? Wat is zijn invloed geweest op de politiek?”.
Waarom willen we zo graag die vragen beantwoorden? Is dat onze menselijke drang om het overlijden van een geliefd (en ook gehaat) persoon te kunnen plaatsen in het grotere plaatje? Hebben velen zijn dood nog niet verwerkt? Bewijst de voortdurende aandacht voor Fortuyn zijn impact op de Nederlandse politiek? Of is het misschien sensatiezucht van de media die het onderwerp tot de laatste druppel uitmelken.
Volgens mij zijn we zo gefascineerd door de moord op Fortuyn omdat we willen begrijpen hoe een rijzende ster in de politiek met charme en flair zo hulpeloos kan eindigen op de parkeerplaats van het Mediapark. Hoe kon het zo ver komen? En kunnen we iets leren van de deze tragedie? Jos de Mul, wiens referaat centraal stond in de lezing, denkt van wel. Hij haalde niet voor niks Marx aan met de uitspraak dat ‘alle gebeurtenissen zich in de geschiedenis tweemaal voordoen, de eerste keer als tragedie, de tweede keer als klucht’. Pim en het verval van de LPF de tragedie, de desintegratie van de PVV is de klucht.
De inleiding is geweest en de Mul begint aan de kern van zijn lezing, Zijn aanpak om de erfenis van Pim te doorgronden is opmerkelijk. Hij kiest er voor de erfenis te zoeken in Pim’s eigen werk, in het boek ‘De verweesde samenleving’. De achterliggende gedachte; Willen we weten wat Pim aan Nederland wilde meegeven, dan vragen we dat niet aan Harry Mensch maar zoeken we op wat hij hier zelf over schreef. Dat is ook nog eens academisch valide. De Mul volgt nauwgezet de denksprongen die Pim Fortuyn maakt in de verweesde samenleving.
Als je net als de Mul letterlijk leest wat Pim schrijft kan je niet anders dan concluderen dat de man er inderdaad ‘opmerkelijke’ gedachten op nahield. De Mul doet er echter een schepje bovenop en spreekt zelfs van ‘Messiaanse’ trekken. Bijvoorbeeld wanneer Pim schrijft over de ‘erfzonde’ van de babyboom generatie die heeft geweigerd de vaderrol op zich te nemen. Nederland had behoefte aan een nieuw soort leider, ‘als een Mozes die het volk leidt naar het beloofde land’. En volgens Pim was hij de juiste man voor deze taak. Hij schrijft letterlijk ‘Ik ben gereed. U ook? Op weg naar het beloofde land’. Achteraf is het stuk wat daarna volgt bijna angstaanjagend profetisch, wanneer Pim de vergelijking met Mozes maakt en in zijn boek de Bijbel citeert ‘“Op de berg [Nebo] zul je sterven. […] Het land dat ik de Israëlieten geven ga, zul je alleen in de verte zien. Binnengaan zul je er niet”. Volgens de Mul een duidelijk bewijs dat Pim zijn politieke werk als een roeping ervoer, evenals de mensen op wie hij aantrekkingskracht uitoefende die roeping in hem zagen.
De lezing vervolgt met meer voorbeelden van Messianisme in de wijze waarop Fortuyn zich profileerde, zoals ‘een politieke beweging die zich alleen rond hem concentreerde’, ‘zijn pose als martelaar, verafschuwd door het establishment’, en bovenal de ‘belofte op betere tijden’ wanneer het volk hem het torentje in zou stemmen. Trekjes die we ook terug zien bij Wilders, en volgend de Mul deels te verklaren zijn door de hedonistische levensopvatting van het volk waarin ‘onmiddellijk genieten’ voorop staat. Fortuyn oefende met zijn Messianistische houding aantrekkingskracht uit op dit verweesde volk dat bij gebrek aan ‘vaders’ verlangt naar leiderschap, daadkracht, autoriteit, normen en waarden, sturing en richting en een nieuw verhaal om in te geloven.
Overwacht was het daarom dat deze ogenschijnlijk niet te krenken man vermoord werd door een dierenactivist. Alhoewel, onverwacht? Volgens de Mul niet. Pim heeft zijn dood deels zelf over zich afgeroepen. Bijvoorbeeld toen hij opperde het eerste artikel van de grondwet af te schaffen dat discriminatie verbiedt. Dit zeggen in een rechtsstaat roept geweld op. Het is trappen tegen de basisprincipes waarvoor wij als samenleving voor staan. Veel mensen waardeerden dit lef van hem, maar riskant is het wel. En dat gold voor wel meer uitspraken van hem. Ik denk persoonlijk dat hij zich dit ook goed besefte. En eigenlijk wij allemaal wel. Waarom waren we ook alweer opgelucht dat de dader geen allochtoon was?
Maar Pim bleek dus sterfelijk. En dit was een feit dat bij velen leidde tot ongeloof gevolgd door woede richting de zittende bestuurders in de Den Haag. Zij hadden Pim van hen afgenomen. Op spandoeken stond ‘Hij is voor ons gestorven’. Volgens de Mul passende reacties van mensen die door de moord wreed ontnuchterd werden uit de betovering van de Messiaanse Pim. Maar voor de mensen die in de avond met een baksteen naar het torentje trokken was het juist het establishment dat nu voorgoed hen in de steek had gelaten door Pim, hun leider, te demoniseren en de dood in te jagen. Pim had de problematiek van het land begrijpelijk en tastbaar gemaakt en hun stem verwoord. En nu zou deze met zijn dood weer in vergetelheid raken.
De Mul komt aan het einde van zijn betoog. De inhoudelijk boodschap van Pim heeft het politiek landschap in Nederland niet radicaal veranderd, al zette hij wel onderwerpen extra op de kaart. Zijn populistische stijl van politiek voeren heeft echter wel alle partijen beïnvloedt, bijvoorbeeld in retoriek. Maar de belangrijkste les ligt volgens de Mul in het erkennen dat ‘radicale messianistische utopieën niet zelden leiden tot radicale teleurstelling, zo niet erger’. Met andere woorden; aan de bestuurlijke realiteit in Den Haag is niets veranderd en de radicale messianistische manier van leiderschap is in ons land niet succesvol gebleken. Een les die Fortuyn met zijn leven heeft moeten betalen.
De Mul gaat het podium af en dan is het de beurt aan de zaal, die alles behalve blij is met de boodschap uit de lezing. ‘Deze filosoof beweert dat die mensen die op hem stemden onder de indruk waren van zijn Messiaanse uitstraling en boodschap?’. ‘Wat een elitaire klootzak om te spreken over ‘die mensen of het volk’. En alsof het niet ging om zijn inhoudelijke standpunten!’. Nee, de opmerkingen uit de zaal waren niet mals. En wat Jos de Mul ook voor repliek gaf de zaal leek bijna als een man zich tegen hem te keren.
Verschillende mensen die Pim hadden gekend namen het woord ‘Hij was recht door zee, nuchter, hoe komt u erbij dat hij op filosofisch religieuze manier bezig was met een soort roeping of masterplan. Het overkwam hem ook allemaal!’. En tenslotte een huilende vrouw die schande sprak van de wijze waarop haar Pim een eer werd bewezen ‘Weet u hoe het voelt, om met nog een paar Nederlanders over te blijven in een wijk die wordt overgenomen door buitenlanders? Ik heb niet om hen gevraagd. Pim begreep dat. Hij zag ons. Hij hoorde ons. Hij zou er wat aan doen. Hij was de persoon die het goed kon maken, alleen hij’.
En daar was het. Terwijl de huilende vrouw haar beklag deed over het onbegrip van de elitaire Mul voor het gewone volk met reële problemen, zag ik het dwars door de zaal lopen. De kloof. De kloof tussen de eenvoudig geschoolde en de academicus, tussen werken met het hoofd of de handen, tussen Den Haag en Vreewijk, tussen hemd in of uit de broek, tussen op het podium staan of in de zaal zitten, tussen wetenschap en boerenverstand, hoge cultuur en lage cultuur, elite en de burger. Beiden spreken een andere taal. Beiden zien een andere realiteit. En beiden kunnen zich niet in de ander verplaatsen. Gewoon echt niet.
De vrouw bewees namelijk volgens mij met haar laatste opmerkingen ‘Hij zag ons, hij zou er wat aan doen’, de stelling van de filosoof. Zelfs tien jaar later gelooft de vrouw dat Pim alles anders had kunnen maken. Als dat niet de kracht van zijn Messianistische leiderschapstijl bewijst wat dan wel?
Een deel van de zaal waardeerde daarom de poging van de Mul om aan de hand van filosofische concepten deze belangrijke politieke gebeurtenis te verklaren. Anderen in de zaal zagen dit juist als een miskenning van de realiteit en de problematiek waarin zij leven en als een schandvlak op de herinnering van Pim. Zij ‘de autochtone Nederlanders uit de probleemwijken van Rotterdam, het gewone volk, of de lagere klassen die volgens de Mul betoverd waren’ waren naar de lezing gekomen om herinneringen over hem op te halen en te praten over zijn politieke boodschap. En om te laten zien dat hun problemen uit de wijk nog steeds genegeerd worden. Wij ‘vaste lezing-bezoekers, academici, intellectuelen, en elite’ kwamen voor een avondje inspiratie, filosofisch inzicht, intellectuele verrijking en een borrel met de mogelijkheid anderen te vertellen hoe de wereld in elkaar zit’.
En die combinatie bezoekers maakte deze Lezing interessanter en meer confronterend dan alle andere lezingen waar ik het afgelopen jaar gezeten heb. Al vrees ik wel dat iedereen alleen maar in hun opvatting is bevestigd. En vrees ik ook dat we niet in staat zijn die ‘kloof’ zomaar te dichten’ en dat de politieke erfenis van Pim langzaam zal vervangen worden door dat ene beeld dat bij ons allen in het geheugen gegrift staat, namelijk die knie die maar niet plat ging daar op het parkeerterrein.





